En dan ben je moeder

Ik ben opeens iemands moeder. Ik moet het nog steeds dagelijks een keer of tien tegen mezelf zeggen, omdat het een bizar idee blijft dat ik nu écht moeder ben van Wolff. Ik ben zijn enige moeder en ik ben opeens, samen met Roelof, verantwoordelijk voor een klein jongetje dat nog niets zelf kan en volledig van ons afhankelijk is. Een bizar en tegelijkertijd prachtig iets wat ik duidelijk nog niet helemaal bevat. Maar hoewel het zoiets groots is, is er genoeg waaraan ik merk dat ik moeder ben, zowel mentale als fysieke dingen. 

  1. Mijn lichaam staat volledig in dienst van mijn kind. Waar mijn lichaam eerst volledig van mijzelf was, staat het sinds de zwangerschap volledig in dienst van mijn kind. Ik had gedacht dat dat na de zwangerschap weer voorbij zou zijn, maar niets is minder waar. Als Wolff huilt, stroomt de melk letterlijk uit mijn borsten (WEIRD blijft dat hoor). Mijn lichaam reageert dan zó sterk op hem. Huilende baby? TIETEN TO THE RESCUE. 
  2. Ergens naar toe gaan was nog nooit zo’n proces. Want er moet een baby mee. En die baby moet dan ’t liefst voor vertrek een schone luier krijgen. En een gevulde maag, want anders heb je last van geluidsoverlast. En oja, vergeet de luiertas niet, want baby’s poepen nog wel eens hun volledige outfit onder. En die wandelwagen moet dus mee en opgevouwen worden in de auto. Toestand.
  3. Nog steeds een kledingcrisis. Ik had me zóóóó verheugd op het dragen van mijn oude kleding na de zwangerschap. En hoewel ik alles ook echt weer pas (yes!), draag ik nog steeds maar 30% van mijn oude garderobe, want in combinatie met borstvoeding is het gros van je kleding gewoon NIET handig. Ik heb heel veel leuke jurkjes, maar als ik Wolff dan wil voeden, moet de hele jurk uit. Niet echt praktisch als ik bij iemand op visite ben en ik mezelf geheel moet uitkleden om mijn kind te eten te geven. En dus draag ik praktische kleren en kan ik het nog steeds vergeten om al die leuke kleding van voor mijn zwangerschap te dragen. 
  4. Zeg maar dag tegen je nachtrust. Dit wist ik natuurlijk van tevoren, maar dit is wel het ultieme bewijs dat je echt iemands moeder bent. Sinds Wolff er is ben ik eigenlijk altijd tussen 3 en 4 ’s nachts wakker. We mogen absoluut niet klagen met Wolff, want hij komt ’s nachts over het algemeen maar één keer, maar zo’n nachtelijke onderbreking doet toch wel iets met je slaap, zeker omdat je als moeder gewoon veel lichter slaapt. Wolff hoeft maar één geluidje te maken en ik ben wakker. Gaap. 
  5. Alle baby’s lijken op aardappels, maar die van mij is vreselijk knap. En zo is het ook echt. Voordat we Wolff kregen vond ik eigenlijk alle baby’s op elkaar lijken – uitzonderingen daargelaten natuurlijk. En ik vond baby’s ook nooit bijzonder knap. Maar mijn eigen kind….. mijn telefoon barst van de babyfoto’s van telkens dezelfde, vrijwel altijd slapende baby. En ik vind ‘m zó knap… 

Kortom: ik ben alles waarvan ik zei dat ik het nooit zou worden. And I love it!  

One comment

  1. #5 so true haha!
    Bij mij kwam die realisatie pas echt na bijna een jaar, daarvoor vertelde ik het mezelf dat ik mama was. Het wordt écht echt als het woord uit de mond van je kind komt. Liefde!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge